Dental Tribune Belgium (Flemish)

Column: Een eigen vakjargon

By Hilde Devlieger
April 15, 2021

Laat het duidelijk wezen dat de communicatie tussen een zorgverlener en een patiënt niet altijd van een leien dakje loopt. Een patiënt heeft geen boodschap aan Latijnse woorden, ‘evidence based’ verklaringen of met Latijn doorspekte zinsconstructies waar je zelf heel lang op hebt moeten oefenen om het enigszins aanvaardbaar vanaf achter je masker te doen weerklinken.

Nee, patiënten hebben nu eenmaal een ander vakjargon dan wij. Soms zijn hun bewoordingen kleurrijker en inventiever dan de aandoening zelf. Een bloemlezing.

Tandsteen wordt kalksteen, aanslag, kalk tout court - een aannemer noemde het met een uitgestreken gezicht: ‘betonpuin aan zijn achterkant’.

Tandvlees wordt vleestand, komende uit de mond van een zevenjarige met ontstoken tandvlees. Toen heb ik even moeten nadenken. Van kaasmolaren had ik al gehoord, maar een vleestand? De kleine in kwestie heeft toen heel onderwijsachtig uitgelegd dat hij het roze vlees op zijn tanden bedoelde, en dat dat dus vleestanden zijn. Einde discussie.

Verhemelte wordt hemel, en is dan ook vaak verbrand (is dat dan niet de hel?).

Een prothese wordt ‘mijn valse tanden’ of mijn eetkamer.

Flossen wordt: flochen, flosjen, met een koordeke ertussen gaan, maar meestal klinkt het: ‘dat kan ik niet zulle, das veel te moeilijk’. Flossen heeft een barslechte reputatie, dat is zelfs in het nieuws geweest. En nee, zo’n plastieken prulding met een draadje ertussen gespannen, dat is niet flossen maar weggegooid geld.

Een elektrische tandenborstel wordt zo ‘ene op elektriek’, als onwelkom kerstgeschenk gekregen.

Stifttanden worden implantaten, en implantaten worden heel dure stifttanden. Kronen worden implantaten, ook facings worden implantaten. Alles wordt implantaten.

Een recente extractieholte die perfect genezen is met behoud van het bot wordt de zelfdiagnose‘er zit nog een stuk tand in’.

Een losgekomen healing abutment wordt beschuldigend: ‘Mijn implantaat ligt er al uit en het stond er nog maar vier weken in.’

Een tiener die rookt (en niet wil dat zijn ouders dat weten) wordt een heel dringende afspraak met helse tandpijn, maar eigenlijk is het om de verkleuringen weg te polijsten.

Een eerste mooie zomerdag wordt het afbellen van een afspraak om de meest idiote reden, en nooit dat het eigenlijk is omdat ze een terrasje willen doen. Het is te zeggen: dat was zo voor corona de horeca lam legde, nu is het meest gehoorde excuus verplichte quarantaine. Zoonlief, het vriendje van de dochter, de juf, een collega of een pluspapa die positief testte: alle mogelijke familiebanden worden plots heel nauwe of knuffelachtige contacten die mogelijk een coronabesmetting hebben. Wat een burgerzin we nu allemaal aan de dag leggen: ik moet af en toe een traantje wegpinken van zoveel zelfopoffering en gehoorzaamheid. Al hebben stuifmeelkorrels in het vroege voorjaar dat effect ook op mij.

Mijn eerste prikje heb ik ondertussen al gehad. Een brief, mail én sms nodigden mij vriendelijk uit. Ik voelde mij vereerd en een trotse Vlaamse zorgverlener dat ik opgeroepen werd. Een pak leuker toch dan zo’n knullige stembrief in je bus krijgen. Het is nu nog even wachten op het tweede prikje, en dan …

Dan komt alles goed, toch?

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2021 - All rights reserved - Dental Tribune International