Dental Tribune Belgium (Flemish)

“We zitten op een omslagmoment in de digitalisering van de tandheelkunde”

By Andy Furniere
May 18, 2020

LEUVEN - De digitale revolutie heeft de tandheelkunde in de laatste twintig jaar drastisch veranderd en zal dat ook de komende tijd blijven doen. Prof. Kirsten Van Landuyt, onderzoekster aan de Onderzoeksgroep Biomaterialen (BIOMAT) van de KU Leuven, praat ons bij over de verschillende soorten innovaties die het werk van de tandarts en de ervaring van patiënten verbeteren.

Op welk soort innovatie zetten jullie bij BIOMAT vooral in?
Onze focus ligt op de innovatie van de biomaterialen die gebruikt worden in de mond, zoals adhesieven, composieten en zirkonia. We ontwikkelen bijvoorbeeld composietvullingen die meer biocompatibel zijn en waarbij minder tandbederf voorkomt. Een deel van ons onderzoek draait rond de mogelijkheden om dergelijke materialen te 3D-printen. Hiervoor werken we samen met andere wetenschappelijke disciplines en verschillende tandheelkundige bedrijven.

In hoeverre is de tandheelkunde op dit moment gedigitaliseerd?
De tandheelkunde heeft de laatste twintig jaar enorme stappen in digitalisering; de vooruitgang in onze sector is zelfs veel groter dan in de meeste andere medische disciplines. De drijvende krachten achter die revolutie zijn de tandtechnische labo’s. Vroeger werd daar volledig ambachtelijk gewerkt, en maakten specialisten dentale oplossingen van a tot z met hun eigen handen. Dat was echter economisch niet rendabel, en dus hebben ze hard ingezet op digitalisering. Nu kunnen ze met hun digitale knowhow aan massaproductie doen terwijl de producten toch aangepast zijn aan specifieke noden. Daardoor gaat alles er veel sneller: zo kunnen ze nu twee kronen op een uur maken, terwijl ze vroeger bijna een hele dag nodig hadden voor één kroon.

In welke mate is 3D-printen al ingeburgerd in de sector?

In de tandtechnische labo’s is het al gemeengoed, al zijn er natuurlijk verschillen tussen de labo’s. Voor materialen als polymeren en metalen lukt 3D-printen al vlot. Zo worden onze kunstharslepels voor individuele afdrukken vaak gemaakt met 3D-printing. Het is intussen bovendien bijna even goedkoop om een model te 3D-printen als om een gipsen model te maken.
Composieten en dingen uit porselein kunnen op dit moment nog niet ge-3D-printworden, maar we zijn bij BIOMAT hard mee bezig om daar verandering in te brengen. De impact zal voorlopig wel beperkt blijven tot de labo’s. Er is nog een lange weg te gaan voordat een tandarts benodigdheden voor restauraties zelf kan 3D-printen.

Wat verloopt er al geautomatiseerd in de tandartspraktijk zelf?
Vele administratieve zaken kunnen op dit moment al geautomatiseerd gebeuren. Tandartsen werken nu bijvoorbeeld meestal met digitale dossiers die automatisch mails of berichten kunnen sturen naar patiënten.

Alles wat in de mond moet gebeuren, kan echter moeilijk geautomatiseerd worden. Op dit moment is er nog geen robot in ontwikkeling die we binnen afzienbare tijd aan het werk kunnen zetten bij een patiënt. Een tandarts is nog altijd een ‘ambachtelijk’ werker wat betreft de ingrepen die hij doet, in de zin dat hij elke patiënt individueel moet behandelen. Iedere patiënt, zelfs iedere tand, is immers anders. Zelfs wanneer er een robot ontwikkeld zou worden die vaardig genoeg is om solo in de mond aan de slag te gaan, zal het niet vanzelfsprekend zijn die in te zetten. Een robot zal nooit de volledige integrerende kijk bezitten die nodig is om een diagnose en behandelplan op te stellen.

Wel is er steeds meer technologie die de tandartssector kan ondersteunen. Hoe belangrijk is bijvoorbeeld de intra-orale scanner?
De mogelijkheden daarvan zijn enorm, maar we kunnen ze nog niet ten volle benutten. Ik denk dat we op dit moment op een omslagmoment zitten en binnen een paar jaar de grote overstap gaan maken naar een meer algemeen gebruik van de scanners. In de tandtechnische labo’s zijn ze wel al onontbeerlijk: zelfs als er gipsen modellen worden gemaakt, worden die gescand en wordt van daaruit hun digitale workflow opgestart. Er kan ook al heel veel met de huidige scanners op het vlak van restauraties. Voor kronen en brugwerk op eigen tanden voldoet de huidige technologie al. Het is enkel bij grote overspanningen - bruggen op implantaten - dat er nog een te grote foutenmarge is, maar dat zou in de volgende jaren opgelost moeten raken.

Kunnen tandartsen de scanner al in de praktijk inzetten?
Dat is al gebruikelijk, maar de investering is op dit moment voor veel tandartsen, zeker voor zij met een solopraktijk, nog te groot om economisch rendabel te zijn. Het is nog even wachten tot de prijzen verder zakken. Een klassieke afdruk kan vaak ook heel snel gebeuren, even snel als met een scanner, en dan lijkt de investering soms niet echt noodzakelijk.
Toch heeft een intra-orale scanner een heel aantal voordelen. Zo kan je er onder meer de evolutie van tandproblemen als slijtage of erosie heel accuraat mee opvolgen over een langere periode. Met een scan krijg je meteen een gedetailleerd beeld van de huidige toestand van het gebit, die je kan vergelijken met bijvoorbeeld de situatie tijdens de vorige halfjaarlijkse controle. Zo kan je snel zien of de erosie van de tanden zich heeft doorgezet of dat de toestand gestabiliseerd is. Zo’n dingen zijn op het oog onmogelijk in te schatten als je iemand tweemaal per jaar ziet. Bij het inscannen voor kroon- en brugwerk, kan je meteen zien of je preparatie in orde is. Meer specifiek kan je zien of er voldoende interocclusale ruimte is, of de outline goed is, of er geen ondersnijdingen zijn en of pijlertanden voor een brug een gemeenschappelijke inzetrichting hebben. Vroeger moest je wachten op je gipsen model en als er aanpassingen nodig waren, moest de patiënt nog een extra afspraak krijgen. Wanneer een tandarts een chairside systeem aanschaft, met zowel een scanner als een slijptoestel, kan hij op basis van een intra-orale scan in dezelfde zittijd een (partiële) kroon vervaardigen. De prestaties van zo’ntoestellen zijn intussen indrukwekkend.
Patiënten appreciëren het ook dat ze zelf een goed beeld krijgen van de situatie en zijn blij dat ze niet meer van die vervelende pasta in de mond krijgen die nodig is voor een fysiek model. Aangezien de gescande beelden gewoon via internet verzonden kunnen worden, spaar je met een scanner ook veel logistieke kosten uit die verbonden zijn aan het versturen van modellen.

Ook virtuele simulaties worden steeds meer gebruikt. Waarvoor komt deze techniek onder meer van pas?
In de orthodontie zorgt de clear aligner-methode voor een grote vernieuwing. Met deze techniek maak je eerst de nodige tandverschuivingen op een virtuele representatie van een gebit, waarna verschillende tandmodellen ge-3D-print kunnen worden. Op basis van die virtuele modellen kunnen dan doorschijnende, plastic beugeltjes gemaakt worden. Het is een nog relatief dure behandeling, maar esthetisch maken die transparante beugels een groot verschil, want ze zijn veel minder zichtbaar dan de traditionele blokjesbeugels. Ook Digital Smile Design (DSD) is een betekenisvolle innovatie. Daarmee kan je als tandarts patiënten een duidelijk beeld geven van hoe hun gebit er kan uitzien na de nodige ingrepen.

Het lijkt mij voor oudere tandartsen en specialisten niet vanzelfsprekend om zo’n nieuwe technologieën te gebruiken.
We zitten in een digitaal tijdperk en je moet mee met de tijd. Natuurlijk is het nooit makkelijk om nieuwe zaken onder de knie te krijgen, en is het niet eenvoudig voor tandartsen om tijd te vinden om te oefenen met de technologie. Tandtechnische bedrijven en labo’s bieden wel ondersteuning. Het is belangrijk dat tandartsen een hulplijn hebben die ze makkelijk kunnen bereiken bij een probleem. Zo kunnen ze geleidelijk aan voldoende zelfvertrouwen kweken om er op dagelijkse basis mee om te gaan.

De hogeschool UCLL, deel van de Associatie KU Leuven, heeft sinds dit academiejaar een nieuw vaardigheidscentrum, het zogenaamde fantoomlabo, waar de nieuwe generatie tandartsen opgeleid wordt met digitale hulpmiddelen.
Dat klopt, studenten raken er onder meer vertrouwd met het werken met intra-orale scanners. Niettemin hebben we ervoor gekozen om onze masterstudenten ook nog steeds in te wijden in de kunst van het nemen van fysieke afdrukken, zodat ze de twee methodes onder de knie hebben wanneer ze in het werkveld komen. We zitten nu immers voor technologieën als het scannen nog in een overgangsperiode.

De medische dossiers van patiënten worden nu ook digitaal opgemaakt. Komt dit patiënten ten goede?
Patiënten van het UZ Leuven kunnen in de app mynexuzhealth de consultatieverslagen van tandartsen en specialisten lezen, specifieke info vinden, radiologische beelden bekijken, facturen raadplegen … Deze evolutie moet een mentaliteitswijziging teweegbrengen, en ervoor zorgen dat patiënten hun gezondheidsverzorging meer in handen nemen. Met de digitaal beschikbare info kan iemand zijn of haar situatie beter zelf opvolgen, terwijl er vroeger door zorgverleners vaak over de hoofden van patiënten gecommuniceerd werd. In theorie kunnen we mensen die problemen hebben met hun mondhygiëne ook individueel informeren over hoe ze beter zorg kunnen dragen voor hun gebit. Deze digitale applicaties worden steeds gebruiksvriendelijker, zodat ze voor de meesten onder ons eenvoudig te bedienen zijn.
De elektronische dossiers leiden ook tot een betere zorg, omdat verschillende zorgverleners gemakkelijk essentiële gegevens kunnen uitwisselen. Zo heb je als tandarts een duidelijk overzicht van de medische achtergrond van een patiënt: welke medicatie moet hij nemen, welke ingrepen heeft hij achter de rug … Met de vergrijzende bevolking wordt dat steeds belangrijker. Op basis van die info weet je als tandarts welke medicatie of verdoving je veilig kan toedienen, en welke tandheelkundige behandeling geschikt is voor je patiënt.

Ook de communicatie met patiënten verloopt steeds meer via geautomatiseerde weg.
Bij ons in het UZ Leuven krijgen patiënten berichten en herinneringen via de app, die goed beveiligd is. Privépraktijken communiceren vaak met hun patiënten via verschillende wegen: mail, sms, WhatsApp … Dat is niet ideaal, want die kanalen zijn onvoldoende beveiligd en men moet rekening houden met de Europese GDPR-wetgeving. Het zou goed zijn moest er een algemene, goed beveiligde app voor heel het land komen waarmee (medische) info kan bezorgd worden aan patiënten.

Ondersteunen onze overheden de digitalisering van de tandheelkunde voldoende?
De overheid is goed bezig op digitaal vlak wat betreft het beperken van de administratieve rompslomp, kijk maar naar de elektronische voorschriften. Anderzijds is er in het gezondheidsbudget geen terugbetaling voorzien voor innovatieve zaken die een groot verschil kunnen maken. Als een tandarts een scanner gebruikt om tandproblemen van een patiënt in detail op te kunnen volgen, behoort dat mijns inziens tot de basiszorg. Zo’n sterke verbetering in de mondzorg zou gestimuleerd moeten worden door terugbetalingen, maar er is geen budget voor. In het algemeen denk ik dat het voor tandartsen in een solopraktijk heel moeilijk is om sterk te investeren in innovatie en toch geconventioneerd te blijven, want de kosten van nieuwe technologie en een tandtechnisch labo zijn daarvoor te hoog. Voor een groepspraktijk is het uiteraard een stuk makkelijker om die investering te doen en ze optimaal te laten renderen.

De BIOMAT-onderzoeksgroep richt zich op diverse soorten biomaterialen met orofaciale toepassing, en omvat fundamentele materiaalwetenschap en biologische celcultuur, micro-organismen en dierlijk onderzoek, en toegepast laboratorium- en klinisch onderzoek.

 

Kirsten Van Landuyt

Lees hier ook een interview met doctoraatsstudent Mihai Tarce. Hij onderzoekt het effect van de digitalisering op de parodontologie aan de KU Leuven.

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Latest Issues
E-paper

DT Belgium (Flemish) No. 2, 2020

Open PDF Open E-paper All E-papers

© 2020 - All rights reserved - Dental Tribune International