Dental Tribune Belgium (Flemish)

“Het wantrouwen moet aan beide kanten weggewerkt worden”

By Andy Furniere
February 10, 2020

De mondgezondheid van Vlamingen gaat er in het algemeen dan wel op vooruit, verschillende kansengroepen hinken achterop en worden moeilijk bereikt door de huidige preventiecampagnes. Het project Ieders Mond Gezond doet daar iets aan door mondzorgcoaches op te leiden, die de brug slaan tussen mensen in kansarmoede en tandartsen. Dental Tribune sprak met Martijn Lambert, tandarts en bezieler van het project, over manieren om tot een inclusiever mondzorgbeleid te komen.

De mondgezondheid van Vlamingen gaat er in het algemeen dan wel op vooruit, verschillende kansengroepen hinken achterop en worden moeilijk bereikt door de huidige preventiecampagnes. Het project Ieders Mond Gezond doet daar iets aan door mondzorgcoaches op te leiden, die de brug slaan tussen mensen in kansarmoede en tandartsen. Dental Tribune sprak met Martijn Lambert, tandarts en bezieler van het project, over manieren om tot een inclusiever mondzorgbeleid te komen.

Uw doctoraat ging over sociale ongelijkheid op het gebied van mondgezondheid in Vlaanderen. Welke risicofactoren voor achterstand kwamen daarbij naar voren?
Veel hangt af van het opleidingsniveau, inkomen, de etniciteit, de gezondheidsgeletterheid en de zorgafhankelijkheid van mensen. Uiteraard zijn er ook specifieke groepen die bijzonder kwetsbaar zijn, zoals mensen zonder papieren, daklozen en drugsverslaafden. De levensomstandigheden van kansengroepen hebben een grote invloed op de manier waarop ze al dan niet in staat zijn voor hun gebit te zorgen, en dat is iets waar beleidsmakers soms licht over gaan. Je kunt het vergelijken met een leraar die bij het geven van een toets verwacht dat iedereen dezelfde punten zal halen, omdat ze nu eenmaal allemaal dezelfde uitleg hebben gekregen. Mensen in kansarmoede zullen vaak minder scoren op het vlak van mondgezondheid, maar dat komt niet door onwil, zoals vaak gedacht.

Wat zijn belangrijke redenen voor kansengroepen om een tandartsbezoek te blijven uitstellen?
Als je in een precaire situatie zit, heb je dikwijls veel andere problemen die je aandacht opeisen en is een preventief tandartsbezoek op dat moment dus geen prioriteit. Denk maar aan problemen rond huisvesting en andere gezondheidskwesties. Dat wil niet zeggen dat mensen in kansarmoede mondgezondheid niet belangrijk vinden, maar het raakt dan achter op zaken die als urgenter worden beschouwd. Pas bij pijn wordt ook de mondgezondheid prioritair. Het financiële aspect, en dan vooral de onwetendheid hierover, speelt uiteraard ook een grote rol. En veel mensen uit kansengroepen zijn bang voor een tandartsonderzoek. Daarnaast mag je het aspect van de opvoeding niet onderschatten: velen hebben geen goede gewoontes aangeleerd gekregen in hun familie-omgeving.

Welke gevolgen heeft een slechte mondgezondheid op het leven van mensen in kansarmoede?
Door het feit dat hun familie vaak niet het juiste voorbeeld geeft, hebben ze dikwijls al van kindsbeen af gebitsproblemen en dreigen ze in een vicieuze cirkel terecht te komen. Want door die tandproblemen eten ze minder goed, zitten ze met pijn op de schoolbanken en zijn ze vaker afwezig op school. Gebitsproblemen verzwakken bovendien ook je algemene weerstand, waardoor je vatbaarder wordt voor andere aandoeningen. Daarnaast is de sociale impact enorm. Met een slecht gebit vind je bijvoorbeeld veel minder makkelijk een job of partner.

Wordt de sociale kloof in onze maatschappij op het gebied van mondzorg groter?
Eigenlijk wel, al wil dat niet zeggen dat acties zoals preventiecampagnes totaal geen positief effect hebben op de mondgezondheid van mensen in kansarmoede. Maar die groep gaat er veel minder sterk op vooruit dan de hogere sociale klassen, waardoor de ongelijkheid nog groter wordt. Dat is niet de schuld van wie in kansarmoede leeft maar ook niet van de tandartsen, die vaak ten onrechte met de vinger worden gewezen. Er gaapt in de meeste gevallen nu eenmaal een brede kloof tussen beide leefwerelden, die overbrugd moet worden voordat je met acties een effect kunt bereiken. Daarvoor moet je de mensen in de rand van de samenleving bereiken, door die rand daadwerkelijk op te zoeken. Nu blijft men zich te vaak op het centrum van de maatschappij richten.

U bent de bezieler van het project ‘Ieders Mond Gezond’, dat mondzorgcoaches opleidt om als tussenfiguur te fungeren tussen mensen in kansarmoede en tandartsen. Hoe gaat u te werk?
Eerst en vooral leggen wij contact met lokale organisaties die mensen in kansarmoede hulp bieden, organisaties die aan voedselbedeling doen of praatgroepen opzetten. Dat zijn omgevingen die mensen in kansarmoede vertrouwen, en waar er mensen zijn die dicht bij hen staan. Die vertrouwenspersonen leiden wij in twee dagen tijd op tot mondzorgcoach. Die opleiding stelt hen in staat om mensen een correcte uitleg te geven over mondzorg en hen door te sturen naar een tandarts in de buurt. Maar daar houdt hun rol niet op, want de coaches kunnen ook de tandarts bijstaan in de omgang met de mensen in kansarmoede. Want de twee groepen spreken vaak figuurlijk, en soms letterlijk, een andere taal, waardoor ze elkaar niet goed begrijpen en er misverstanden ontstaan.

Hebben tandartsen vaak vooroordelen over kansengroepen?
Die vooroordelen zijn er aan beide kanten. Volgens bepaalde hardnekkige stereotypes moet iedere tandarts wel een op geld beluste sadist zijn en iedere kansarme een luie profiteur, om het eens cru te stellen. Dat is natuurlijk onzin, maar zulke vooroordelen bestaan omdat men de ander onvoldoende kent. Onbekend maakt onbemind. Dat wantrouwen kan enkel weggewerkt worden door elkaar langzaamaan beter te leren kennen.
Tandartsen krijgen vaak de zwartepiet toegeschoven in discussies over dit soort thema’s, maar dat is onterecht - ik ben zelf nog geen tandarts tegengekomen die van slechte wil is. Wel zitten tandartsen heel vaak met overvolle agenda’s en is het voor hen niet evident om tijd te maken voor andere initiatieven dan hun reguliere klanten. Met ons project zorgen we ervoor dat het voor tandartsen behapbaar blijft. En uiteraard is het ook belangrijk om binnen de opleidingen tandheelkunde en bijscholingen voor tandartsen voldoende maatschappelijke thema’s aan te reiken, om de voeling met kansengroepen zoveel mogelijk aan te wakkeren.

Hoe ver staat Ieders Mond Gezond op dit moment?
We zijn nu in ongeveer veertig steden en gemeenten actief en zijn nog altijd aan het uitbreiden, mede dankzij middelen van de Vlaamse overheid die ons toelaten om extra personeel aan te werven. Dat is toch bijzonder voor een project dat gestart is als een lokaal vrijwilligersinitiatief voor asielzoekers in Gent. De ultieme ambitie blijft echter vooral om overbodig te worden, om lokaal zaadjes te planten die dan op eigen kracht uitgroeien tot performante projecten. Zo draagt onze samenwerking met organisaties in Leuven ondertussen een andere naam, ‘Smile’, en draait ze zo goed als volledig op eigen lokale middelen. Wanneer de vertrouwensband tussen lokale tandartsen en armenverenigingen gesmeed is, zit ons werk er eigenlijk op.

In hoeverre kunnen mondhygiënisten een rol spelen in het helpen van mensen in kansarmoede?
Hun rol kan heel groot zijn, want bij onderzoek binnen Ieders Mond Gezond zagen we dat de helft van de mensen geholpen kunnen worden met enkel een tandsteenreiniging en advies rond preventie. Dat zijn zaken die mondhygiënisten perfect voor hun rekening kunnen nemen. Ze worden daarenboven ook opgeleid om met kwetsbare groepen werken, dus in theorie kunnen ze een cruciale impact hebben.
In de praktijk speelt het ontbreken van een financieel kader voor deze beroepsgroep echter een belangrijke rol, wat ervoor zorgt dat hun zorg wettelijk nog niet terugbetaald kan worden. Bovendien moet het beleid ervoor zorgen dat het financieel aantrekkelijk wordt voor mondhygiënisten om te werken met kansengroepen. Nu wordt er teveel van uitgegaan dat ook de patiënten waarvoor je meer moeite moet doen op magische wijze wel geholpen zullen worden, wat een grote misvatting is in tijden van schaarste aan zorgverleners. Zonder financiële en andere beloningen zullen mondhygiënisten vooral kiezen voor goed draaiende tandartsenpraktijken voor de hogere sociale klassen, wat mee leidt tot een tandzorg met twee snelheden.

Er wordt vaak gesproken over die tandzorg met twee snelheden. Gaan we op vlak van gezondheidszorg stilaan naar een situatie zoals die in Amerika?
Nee, want de basis zit wel degelijk goed. We hebben in Vlaanderen gelukkig een verplichte ziekteverzekering en verschillende hefbomen voor sociale correcties, zoals de verhoogde tegemoetkoming en de maximumfactuur. Ik vind wel dat de verhoogde tegemoetkoming op een meer gelaagde manier toegekend zou moeten worden. Nu is het gebaseerd op een vaste grens: je hebt ofwel recht op een volledige terugbetaling, ofwel op de standaard terugbetaling. Een meer gedifferentieerde terugbetaling, met bijvoorbeeld vijf inkomenscategorieën en vijf terugbetalingsschalen, zou meer overeenstemmen met de realiteit. Bij de maximumfactuur zijn er al vijf categorieën, dus een hervorming zou daarop gemodelleerd kunnen worden.

Er bestaat ook een derdebetalersregeling, waarbij mensen in armoede enkel het remgeld betalen en de tandarts het resterende bedrag ontvangt van de mutualiteit. Patiënten moeten echter zelf de vraag stellen en tandartsen zijn niet verplicht erop in te gaan. Moet dat niet anders?
De derdebetalersregeling is potentieel een goed systeem, want het maakt een groot verschil of je het hele bedrag al dan niet moet voorschieten. Zelfs al krijg je nadien het meeste terugbetaald, het schrikt veel mensen af om op het moment zelf te moeten betalen, zeker als je niet op voorhand weet hoeveel de rekening zal bedragen. Maar het vrijblijvende karakter van de huidige regeling zorgt inderdaad voor serieuze drempels voor patiënten met financiële problemen. Ook voor de tandarts is het huidige systeem niet altijd comfortabel, want hij krijgt er een duidelijke administratieve last bij, aangezien hij in dialoog moet gaan met de verschillende mutualiteiten van patiënten. Het is aan de overheid om te investeren in de nodige mechanismen om ervoor te zorgen dat de regeling makkelijker kan en toch voldoende gecontroleerd wordt op fraude, onder meer door te streven naar meer digitale innovatie. Maar als zorg toegankelijker wordt voor meer mensen, zal het zorgbudget van de regering ook verhoogd moeten worden en dat ligt politiek erg moeilijk in tijden van besparingen.

Wat met de medische waarborg bij OCMW’s, waarbij die organisaties kunnen tussenkomen in de medische kosten? Heeft dat systeem op dit moment de juiste impact?
Een van de problemen daarmee is dat het beleid daarover verschilt van stad tot stad. Daardoor krijg je een aanzuigeffect naar bepaalde plaatsen, terwijl andere steden met hun beleid mensen in armoede als het ware wegduwen. We hebben een meer uniform systeem nodig.
Een andere kwestie wat betreft de OCMW’s is dat men bij het vergoeden van zogenaamde ‘dringende medische hulp’ aan mensen zonder papieren er verkeerdelijk van uitgaat dat de patiënt pijn moet hebben om in aanmerking te komen, terwijl het dan eigenlijk al te laat is. Het staat zelfs letterlijk in de wet dat die hulp evengoed van preventieve aard kan zijn. Het is altijd beter te voorkomen dan te moeten genezen, en dat geldt ook op economisch gebied: het zal meer kosten om een ingreep uit te voeren dan om tandproblemen te vermijden.

Zorgt de stijging van het aantal niet-geconventioneerde tandartsen voor meer angst bij mensen met financiële problemen?
De drempel om bij een niet-geconventioneerde tandarts langs te gaan is inderdaad nog hoger voor mensen in een kwetsbare situatie, maar ik ga niet akkoord met het huidige beeld van “goed en kwaad dat bij veel mensen leeft. Veel niet-geconventioneerde tandartsen zijn wel degelijk bereid om aan de conventietarieven te werken als ze weet hebben van de moeilijkheden van specifieke patiënten. Niet-geconventioneerde tandartsen zijn ook niet noodzakelijk op meer geld belust; ze maken die keuze onder meer omdat tandartsen vandaag veel innovatieve technieken hanteren die patiënten beter helpen maar nog niet terugbetaald worden door het Riziv. We moeten natuurlijk eerlijk zijn, er zullen in België geen tandartsen omkomen van de honger, maar het is wel een belangrijk aandachtspunt dat het zorgbudget van de overheid voldoende aangepast moet zijn aan de laatste ontwikkelingen in de tandzorg. Als beleidsmakers meer op lange zouden durven investeren, en niet van verkiezing tot verkiezing, zou dat naar alle waarschijnlijkheid uiteindelijk ook economisch een pak voordeliger zijn.

Wat kan er daarnaast nog beter op overheidsniveau?
Het is een groot nadeel dat de verantwoordelijkheid voor preventie bij Vlaanderen ligt en die voor de terugbetaling van zorg bij de federale regering. Dat is een puur politiek compromis dat eigenlijk onwerkbaar is in de praktijk. Want waar ligt de grens tussen het preventieve en het curatieve? Die lijn kun je onmogelijk duidelijk trekken; er is geen tweedeling maar een vaag continuüm. Die politieke opdeling zorgt voor veel moeilijke discussies, onder meer over wie wat moet betalen. Eigenlijk moet je in dit geval ofwel alles splitsen, ofwel niets.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2020 - All rights reserved - Dental Tribune International