Dental Tribune Belgium (Flemish)

“De meeste tandartsen zijn nu echt kapot na het werk”

By Andy Furniere
October 30, 2020

Het VVT over de impact van de coronapandemie - Sinds de uitbraak van de coronapandemie staan alle ambulante zorgverleners voor grote uitdagingen, maar door de aard van het beroep werden en worden tandartsen met zeer specifieke moeilijkheden geconfronteerd. We blikken terug op de rollercoaster van de voorbije maanden én analyseren actuele vraagstukken met Philippe Decroock en Gerda Wauman, respectievelijk voorzitter en algemeen secretaris van beroepsvereniging Verbond der Vlaamse Tandartsen (VVT).

Als jullie nu terugkijken op de eerste maanden van de pandemie, wat waren dan de grootste pijnpunten in het omgaan met de crisis?
Philippe Decroock (P.D.): Het was uiteraard een geheel onvoorziene situatie, maar er is veel fout gelopen in de communicatie van de Vlaamse en federale regeringen. Door een totaal gebrek aan overleg tussen de twee niveaus was er in het begin veel onduidelijkheid over het te volgen beleid. Met het triagesysteem en de teleconsultaties verbeterde de situatie voor een groot stuk. Maar uiteindelijk hebben we als beroepsverenigingen veel op eigen initiatief moeten doen, zoals het opzetten van de doorverwijspraktijken waar hoogdringende behandelingen konden plaatsvinden. Ook het regelen van beschermingsmateriaal hebben we in de eerste maanden op eigen houtje moeten doen.
Gerda Wauman (G.W.): Toen we dan zelf uiteindelijk een eerste lading mondmaskers te pakken kregen, werd die aangeslagen door de federale overheid. We hebben daarna zwaar moeten lobbyen om snel een beperkt aantal maskers te krijgen voor de doorverwijspraktijken. Pas na zeven weken vonden we eindelijk weer zelf een voldoende hoeveelheid FFP2-maskers om te verdelen over de tandartspraktijken. Een ander probleem is dat het te lang duurde voordat het Sciensano-hygiëneprotocol voor tandartsen er kwam. Dat staat trouwens nog altijd niet helemaal op punt.
P.D.: Inderdaad, het is bijvoorbeeld nog niet volledig duidelijk hoelang tandartsen behandelingsruimtes moeten verluchten.

Wat zijn de voornaamste problemen waar tandartsen vandaag nog steeds mee kampen?
P.D.: De behandeling van een patiënt duurt een stuk langer door de maatregelen, zoals het ontsmetten van alle materiaal en het verluchten van de ruimtes. We schatten dat tandartsen op dit moment maar twee derde van hun normale aantal behandelingen kunnen uitvoeren.
G.W.: Het is in de meeste gevallen ook niet zo dat we kunnen compenseren door wat langer door te werken. De meeste tandartsen zijn nu echt kapot na de gewone werkuren. Het is enorm vermoeiend om mensen te behandelen met al het beschermingsmateriaal dat je moet dragen en door alle zaken waar je rekening mee moet houden.
P.D.: Daardoor zitten veel collega’s ook met kwaaltjes. Ze klagen over keelpijn, een droge mond, hoofdpijn …
G.W.: Patiënten kunnen ook voor extra stress zorgen. Uiteraard zijn er velen die de inspanningen van tandartsen appreciëren, maar een aanzienlijk deel vindt de stevige maatregelen onzin en doet bijvoorbeeld moeilijk over het dragen van een masker buiten de tandartsstoel. Sommigen worden zelfs ronduit agressief als je hen vraagt om strikt de voorschriften te volgen.

Klopt het dat veel oudere tandartsen door de crisis vroeger dan voorzien op pensioen zijn gegaan?
G.W.: Zeker, sommigen waren voordien van plan om nog twee à drie jaar verder te doen, maar zien het niet meer zitten om die hele situatie op hun leeftijd nog het hoofd te bieden. Dat zijn vaak tandartsen met solopraktijken, voor wie het veel zwaarder is om alles alleen uit te zoeken en te regelen.

Om de zware impact op tandartsen te verlichten kende het RIZIV hen een coronavergoeding toe die hoger lag dan voor de meeste andere beroepen: 20 euro per patiënt. Tevreden mee?
P.D.: Het is een financiële tegemoetkoming die we hard appreciëren, maar het is wel zo dat ze niet alle financiële schade voor tandartsen kan compenseren. Denk in het bijzonder aan jonge tandartsen die net zware investeringen hebben gedaan om op te starten en nu met deze crisis worden geconfronteerd.
G.W.: We zijn daar realistisch in: de hele maatschappij is getroffen en de budgetten zijn nu eenmaal niet oneindig groot. We hebben ook weinig of geen negatieve reacties gekregen op het feit dat we een hoger bedrag toebedeeld kregen; de meeste zorgverleners uit andere sectoren begrijpen goed hoe kwetsbaar wij nu eenmaal zijn voor het virus omdat we met aerosolen werken en echt boven de mond van patiënten moeten hangen. Wij kunnen niet anders dan heel strikte maatregelen volgen, die hoge kosten met zich meebrengen.
P.D.: De huidige regeling geldt trouwens maar voor behandelingen uitgevoerd tot 31 augustus. We zijn nu aan het onderhandelen om die periode alvast te verlengen tot eind dit jaar, aangezien de ellende nog niet achter de rug is.
Voor er zicht was op een dergelijke maatregel rekenden tandartsen hun patiënten een toeslag aan. De regering stelde eerder dat die terugbetaald moesten worden. Zijn jullie daarmee akkoord?
G.W.: Nee, die supplementen waren terecht. Je kon toch niet verwachten dat tandartsen zelf al die dure maatregelen gingen bekostigen. We zijn zorgverleners, maar er zijn grenzen aan wat we kunnen bieden.
P.D.: Het was voor tandartsen wel belangrijk om op dat moment de patiënt te informeren, en uit te leggen dat die supplementen nodig waren om alles veilig te kunnen houden. Dan gingen patiënten normaal wel akkoord.

In volle crisis hebben jullie intens samengewerkt met de andere Vlaamse beroepsvereniging voor tandartsen, de VBT, om het nodige gedaan te krijgen. Was het eenvoudig om onderlinge meningsverschillen opzij te zetten?
P.D.: In noodsituaties ziet men pas echt hoezeer het rendeert om samen te werken. We beseften beide dat het niet het moment was voor onnodige discussies en zijn er zonder grote problemen in geslaagd om gezamenlijke standpunten in te nemen. We blijven ook nu nog nauw contact houden om oplossingen te vinden.
G.W.: Ook het systeem van de doorverwijspraktijken voor hoogdringende behandelingen hebben we bijvoorbeeld samen opgezet, zonder tijd te verliezen met al te veel discussies. Het was nu eenmaal voor elke tandarts crisis, we zaten allemaal in hetzelfde schuitje.

In hoeverre zijn de patiënten de dupe van de gevolgen van de pandemie?
G.W.: We zitten met een serieuze achterstand in de behandelingen doordat er gedurende zeven weken enkel urgente behandelingen mogelijk waren en tandartsen nu nog steeds niet evenveel patiënten als voorheen kunnen helpen. Die achterstand kan je onmogelijk op korte termijn wegwerken, waardoor er langere wachttijden zijn ontstaan. Trouwe klanten zullen nog wel relatief snel een afspraak kunnen maken, maar het ligt anders voor mensen die bijvoorbeeld al vijf jaar niet meer naar hun tandarts zijn geweest. Je kan er op dit moment niemand tussen nemen, daarvoor is er gewoon geen plaats in de agenda.
P.D.: Met het gevolg dat sommige tandproblemen verergeren en er uiteindelijk zwaardere ingrepen nodig zijn. Zo bestaat bijvoorbeeld het gevaar dat een ontsteking door het uitstel zo hevig wordt dat een tand niet meer gered kan worden.
G.W.: Sommige patiënten stellen ook zelf nog steeds een bezoek aan de tandarts uit, omdat ze bang zijn voor een besmetting met covid-19. Ze bellen zelfs niet naar hun tandarts, maar blijven gewoon thuis zitten met hun tandprobleem. Daar heb je als tandarts geen zicht op.

Welke rol kunnen mondhygiënisten spelen in het verminderen van die wachttijden?
P.D.: Ze kunnen door hun preventieve behandelingen meewerken aan het inkorten van de wachtlijsten en tandproblemen helpen voorkomen, maar slechts in zeer beperkte mate, aangezien er nog maar een klein aantal mondhygiënisten afgestudeerd en actief is. Er is bovendien nog altijd geen regeling voor de terugbetaling van hun diensten, wat hun integratie in de zorgverlening blijft bemoeilijken.

Heeft de pandemie de discussie rond die terugbetaling in een versnelling gebracht, aangezien alle hulp nu meer dan welkom is?
P.D.: Het omgekeerde is helaas waar. Normaal zou een werkgroep voor 30 juni een pilootstudie hebben opgezet om gedurende enkele jaren een analyse te maken van het werk van een aantal deelnemende mondhygiënisten. Daarna zou er op basis van de verzamelde gegevens een kader worden opgesteld voor de terugbetalingen. Door de coronacrisis is de deadline voor de studie niet gehaald, ùaar er wordt nu wel weer werk van gemaakt. De onderhandelingen zijn terug opgestart.

De coronapandemie zorgde ook voor meer armoede, wat mensen kan doen afzien van een tandartsbezoek. Er bestaat een derdebetalersregeling, waarbij mensen in armoede enkel het remgeld betalen en de tandarts het resterende bedrag ontvangt van de mutualiteit, maar patiënten moeten nu zelf de vraag stellen en tandartsen zijn niet verplicht om akkoord te gaan. Moet dat niet anders?
G.W.: Op dit moment kunnen de mutualiteiten tandartsen helaas niet de zekerheid geven dat ze wel degelijk hun honorarium zullen ontvangen. Zolang er geen betalingsgarantie is, zijn wij tegen een verplichting.
P.D.: Veel tandartsen zijn gevoelig voor die sociale problematiek en gaan akkoord met die vraag of met uitstel van betaling. Maar ja, het hangt op dit moment inderdaad af van de tandarts zelf.
In feite is het algemene probleem dat patiënten te weinig terugbetaald krijgen van hun behandeling. Het overheidsbudget hiervoor moet omhoog.

Wat met de medische waarborg bij de OCMW’s, waarbij die organisaties kunnen tussenkomen in de medische kosten?
P.D.: Sommige OCMW’s doen dat goed, maar we hebben ook veel slechte ervaringen met dat systeem. Het gebeurt te vaak dat de betaling vanuit het OCMW al te lang wordt uitgesteld, en zelfs dat tandartsen uiteindelijk gewoon hun centen niet zien. Er wordt geen samenhangend beleid gevoerd, het is afhankelijk van organisatie tot organisatie.

In hoeverre kan het project Ieders Mond Gezond, dat de preventie van tandproblemen bij mensen in kansarmoede bevordert, soelaas bieden?
G.W.: Het team doet wat het kan, maar mensen in armoede zijn nu ook minder bezig met zaken zoals het voorkomen van tandproblemen. Door corona focussen ze zich noodgedwongen nog meer op hun basisbehoeften.
Iets helemaal anders. Wat vinden jullie van het nieuwe toelatingsexamen voor (tand)artsen, dat dit jaar voor de eerste keer digitaal is georganiseerd?
P.D.: Het is zeker positief dat het is gedigitaliseerd, maar we zien nog ruimte voor verbetering. Zo gaat het huidige toelatingsexamen niet na of studenten handig genoeg zijn voor de technische handelingen van een tandarts, en of hun zicht scherp genoeg is. Kandidaten worden nu geselecteerd op basis van een theoretische toets, maar soms blijkt dan tijdens de studie dat ze door praktische beperkingen toch niet geschikt zijn om tandarts te worden.

Er waren deze keer 180 plaatsen beschikbaar in de studie tandheelkunde, twintig procent meer dan vorig jaar. Vlaanderen verhoogde dit jaar op eigen initiatief de quota voor tandartsen en artsen “om alle zorgnoden op te kunnen vangen”. Hoe kijken jullie daartegen aan?
P.D.: Wij waren daar niet gelukkig mee. Als beroepsvereniging waren wij helemaal niet betrokken in het maken van die beslissing. Ook de universiteiten trouwens niet, die toch de nodige infrastructuur moeten voorzien om alle studenten een kwaliteitsvolle opleiding te kunnen bieden. De beslissing is er gekomen omdat men zich in Wallonië niet aan de federale quota houdt; de minister (Vlaams minister van onderwijs Ben Weyts, red.) heeft daarom wellicht op eigen houtje een statement willen maken. Hij heeft daarbij het advies van de planningscommissie genegeerd, de instantie die toch over alle expertise beschikt om het best in te schatten hoeveel nieuwe tandartsen er tegen 2026 nodig zijn. De planningscommissie houdt daarbij ook rekening met hoeveel tandartsassistenten en mondhygiënisten er tegen dan zullen bijkomen.

Onlangs organiseerde het VVT haar jaarlijkse najaarssymposium, maar dat verliep deze keer helemaal anders dan normaal.
P.D.: Door de coronacrisis hebben we het deze keer via livestreaming laten doorgaan, op zes locaties van de Kinepolis-groep, verspreid over gans Vlaanderen. Het was logistiek een hele klus, maar het was een succes. We hebben veel positieve reacties gekregen op de manier waarop we het evenement helemaal coronaproof hebben kunnen organiseren.

Een van de behandelde thema’s was de kwaliteitswet, die eind juli volgend jaar een coherent wettelijk kader van kwaliteitseisen moet scheppen met het oog op kwaliteitsvolle en veilige verstrekkingen van de verschillende gezondheidsbeoefenaars. Waar hebben jullie het precies over gehad?
G.W.: We zijn in het algemeen ingegaan op de implicaties van die wet voor tandartsen: waar ze aan moeten voldoen, wat er door de wet niet meer kan … Er moet ook nog veel uitgeklaard worden, en de implementatie moet nog aangepast worden aan de realiteit van de tandartspraktijk.
P.D.: Het doel was ook om proactief te wijzen op de mogelijke valkuilen van die wet, maar dat is wel een heel breed thema. Laat ons zeggen dat het een onderwerp is om een apart interview aan te wijden (lacht).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Latest Issues
E-paper

DT Belgium (Flemish) No. 4, 2020

Open PDF Open E-paper All E-papers

© 2020 - All rights reserved - Dental Tribune International